Baanwielrennen

In de winter gaan de meeste racefietsen opgepoetst en wel de garage in, om er pas het volgend voorjaar weer uit te komen. De bereider van de fiets gaat over op het mountainbiken, pakt zijn/haar oude fiets en fietst een behoorlijk stuk minder dan in de zomer. Ook op tv is geen racefiets meer te zien. Wel het cyclocrossen en het baanwielrennen. Over dat laatste gaat dit artikel.

Baanfiets

Een baanfiets wordt gekenmerkt door een krom stuur, geen remmen en geen versnellingen. Meer over de specifieke eigenschappen en kenmerken van een baanfiets staat in een ander artikel op fietspraat.

De Baan

Wielerbanen zijn speciaal gebouwde pistes, die ovaal van vorm zijn. Hierin is onderscheidt in buitenbanen en binnenbanen. Een buitenbaan wordt alleen in de zomer gebruikt en wordt ook wel een zomerbaan genoemd. Deze hebben een lengte tussen de 225 en 550 meter. Een binnenbaan is overdek en wordt ook wel winterbaan genoemdn. Deze zijn meestal 250 lang. Wordt een wedstrijd gereden over een Olympische afstand, dan moet de baan 250 meter zijn. Wielerbanen hebben hellende bochten. Door gebruikt te maken van de bochten kunnen grote versnellingen plaatsvinden en hoge snelheden bereikt worden.

Disciplines

Sprinten

De sprint wordt verreden door twee deelnemers op de baan, waarbij een lengte van 1000 meter wordt afgelegd. Dit kunnen, afhankelijk van de baan, twee of drie ronden zijn. Een sprintwedstrijd bestaat altijd uit twee wedstrijden. Wordt door elk van de deelnemers een wedstrijd gewonnen, dan wordt er een derde wedstrijd gereden, die de winnaar bepaald. Je ziet in de sprintwedstrijd dat er niet de hele wedstrijd, de hele 1000 meter, hard gereden wordt. De tactiek van een sprintwedstrijd is meer om je tegenstander 'op kop te dwingen'. Zodra de tegenstander voorop rijdt, en de sprint aangaat, is de achterste renner in het voordeel. Door de verminderde luchtweerstand kan hij namelijk dezelfde snelheid aanhouden, terwijl hij een beetje op reserve rijdt. Een laatste jump kan er dan voor zorgen dat hij alsnog voorop komt en wint. Een 'surplace', het stilstaan op de fiets is dan ook iets wat je in een sprintwedstrijd geregeld ziet.

Tijdrijden

Bij tijdrijden is er slechts één renner op de baan. Deze probeert zo snel mogelijk het parcours af te leggen. Bij de heren is dit 1000 meter, bij de dames 500 meter.

Achtervolging

De achtervolging is er in twee varianten, namelijk individueel en in teamverband. Bij beide varianten start één partij aan de ene kant van de baan, en de andere partij aan de overzijde. De twee teams (of individuen) moeten elkaar proberen in te halen. Indien, na het afleggen van een vooraf bepaalde afstand, niemand ingehaald wordt, dan geldt de partij met de beste tijd als winnaar. Gebeurt dit in teamverband, dan rijden er per partij vier renners. Om te bepalen of een andere partij ingehaald is, of welke partij de beste tijd heeft, geldt de tijd van de derde renner in het team.

Stayeren

Stayeren is een bekende vorm van baanwielrennen. Bijna iedereen herinnert zich beelden van een wielrenner die achter een soort brommer, de derny, rijdt. Deze derny geldt als gangmaker die de renner 'uit de wind zet'. Bij het stayeren worden dan ook hoge snelheden behaald.

Keirin

Keirin is een doorontwikkeling van het stayeren, waarbij zes renners achter de derny rijden. Op een bepaald moment gaat de derny uit de baan, waarna in een sprint de wedstrijd wordt beslist.

Omnium

Omnium is niet één specifieke wedstrijd, maar is een combinatieklassement. Hiervan bestaan verschillende vormen, maar de bekendste zijn de Endurance omnium en de sprint omnium. Bij de Endurance omnium rijden de deelnemers een afvalkoers, een puntenkoers en een scratch. Van deze drie races wordt een tussenklassement opgemaakt. De beste acht van het tussenklassement rijden vervolgens een achtervolging over een lengte van 3000 meter. Hieruit wordt de uiteindelijke winnaar bepaald.

Puntenkoers

Een puntenkoers is een wedstrijd waar alle renners tegelijkertijd op de baan rijden. Er wordt een vooraf afgesproken afstand gereden. Bij mannen is dit 40 kilometer, bij vrouwen 25. Op afgesproken afstanden, meestal 2 kilometer) wordt gesprint. Hierbij krijgen de nummers 4, 3, 2 en 1 respectievelijk 5, 3, 2 en 1 punt. Renners die een ronde voorsprong nemen op de rest van het veld krijgen 20 punten. De renner die aan het eind van de hele afstand de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

Koppelkoers

De koppelkoers wordt ook wel de Madison genoemd, afgeleid van Madison Square Garden, waar de koppelkoers voor het eerst werd gehouden in 1899. In België wordt de koppelkoers een ploegkoers genoemd. In de koppelkoers wordt met twee renners een ploeg/koppel gevormd. De wedstrijd begint met een vliegende ronde. De renners lossen elkaar om de twee ronden af. De renner die afgelost is rijdt langzaam door, om na twee ronden de andere renner opnieuw af te lossen. Ook bij de koppelkoers zijn tussensprints, waar de nummers 4, 3, 2 en 1 punten kunnen verdienen. Hier geldt alleen dat het aantal ronden voorsprong zwaarder telt. Winnaar is dus het koppel met het meeste aantal ronden voorsprong. Indien die aantal gelijk is met een ander koppel, dan wint het koppel dat binnen dit aantal rondes voorsprong de meeste punten heeft.

Scratch

De scratch is een relatief nieuwe baandiscipline en bestaat sinds 2002. Hierbij wordt door alle deelnemers gelijk gestart, en wint degene die na het afleggen van de vooraf afgesproken afstand als eerste de finish passeert. Bij mannen wordt een afstand van 15 kilometer afgelegd, terwijl de dames over een afstand van 10 kilometer rijden.

Zesdaagse

Een zesdaagse wedstrijd wordt door koppels van twee gereden gedurende zes dagen. Eindwinnaar is het koppel dat na deze zes dagen de meeste ronden heeft afgelegd, waarbij onderweg door verschillende deelwedstrijden punten en premies te verdienen zijn.

Werelduurrecord

Bij het werelduurrecord is slechts één renner op de baan, die gedurende precies één uur een zo groot mogelijke afstand probeert af te leggen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Zoeken

Sponsored Links