Roubaix Challenge 2015

Iedereen kent Parijs-Roubaix wel, 1 van de 5 monumenten. Samen met de Ronde van Vlaanderen de enige koersen waar nog veel kasseien liggen. Alleen liggen die van Parijs-Roubaix een stuk slechter. Het is ook de koers waar alleen helden winnen. Nog nooit was er een editie van Parijs-Roubaix waar de winnaar 'gewoon' naar de finish reed en won. Altijd moest de winnaar er echt voor werken. Juist die koers, Parijs-Roubaix heeft ook een toerversie. Vanuit Fietspraat gingen we de tocht rijden. Lees hier ons verhaal.

Voorbereiding

Parijs-Roubaix rij je niet zomaar. Daar moet je goed beslagen ten ijs komen. Niet alleen je eigen training is van belang, ook moet je de nodige aandacht besteden aan het materiaal. En als je dat allemaal in orde hebt, kan het weer tijdens de tocht nog flink tegenzitten. Als laatste moet je dan hopen dat je onderweg niet teveel pech en/of valpartijen meemaakt. Om te beginnen moeten we vertellen dat we besloten hebben om Parijs-Roubaix op de MTB te fietsen. Onze racefiets is ons toch te kostbaar voor dit beulswerk. Als training voor Parijs-Roubaix hebben we de hele winter, vanaf begin november, op de MTB getraind. Dit hebben we gewoon op de weg gedaan. Elke zondagochtend, terwijl we samen reden met de leden van de plaatselijke wielervereniging die gewoon op de racefiets reden. De eerste keer valt dat extreem tegen. De tweede keer al iets minder en na een paar maanden weet je niet beter. Dit heeft trouwens als voordeel dat je in de wintermaanden iets minder gevoelig bent voor natte, gladde en vieze wegen. De brede MBT-banden hebben hier voldoende grip. Tijdens een trainingstocht in Belgie, terwijl het 's nachts gevroren had, kwamen we erachter dat MTB-banden niet helpen bij een glad bevroren wegdek. Natuurlijk hebben we ook wel eens tussendoor niet op asfalt gereden, maar echt ge-MTBt. Om aan het schudden over de kasseien te wennen zullen we maar zeggen. Want afgezien van een enkel straatje in de buurt zijn er voor ons geen kilometers kasseien-training voorhanden.

Roubaix Challenge

De Roubaix-challenge kun je over drie afstanden verrijden. De langste, 176 kilometer, vereist dat je niet in Roubaix start, maar eerst met een bus naar het zuiden afreist. Hierdoor moet je al om 5:00 uur 's ochtends in Roubaix zijn. Daarom besloten we dit niet te doen, maar te kiezen voor de tweede afstand die uiteindelijk 144km bleek te zijn. Hierbij krijg je 18 kasseistroken voor de kiezen, in totaal ongeveer 35km. De langste route heeft 27 kasseistroken. Als laatste is er nog een kortere lus van 70 kilometer met 7 kasseistroken.
De hele week voorafgaand aan de Roubaix challenge was het prachtig weer, met als uitsmijter de dag voorafgaand aan de Roubaix Challenge, waarbij het in Zuid-Limburg 22 graden werd. De voorspellingen voor de zaterdag waren echter slechter. In de auto op weg naar Roubaix begon het al flink te regenen naarmate we dichterbij Roubaix kwamen. In de regen hebben we dan ook de fietsen van de auto gehaald, ons omgekleed en naar de start gereden. Daar werd gemeld dat het (onze buienradar bevestigde dat) binnen een half uurtje droog zou zijn. Bij een temperatuur van rond de 10 graden en windkracht 5 werd dus vertrokken. Inderdaad werd het binnen een half uurtje droog en konden de regenjasjes uit. De eerste 45 kilometer zijn er geen kasseien te bekennen, dus werd er lekker doorgetrapt. Als gevolg van de stevige wind bleef het gemiddelde rond de 26 km/h hangen. Een eerste stopplaats na een kleine 30 km zorgde voor een eerste bevoorrading. Hier werd de eerste keer wat druk uit de banden gelaten. De eerste kasseistrook zou immers al snel naderen.

Eerste kasseistrook

De eerste kasseistrook, het bos van Wallers, is ook meteen de ergste/slechtste. Deze kasseistrook is onderdeel van het bos, dat prive-gebied is. Met uitzondering van het Parijs-Roubaix weekend is dit gebied afgesloten voor publiek. Hier rijden dus nooit auto's (ook geen fietsers). Hierdoor blijven de kasseien vaak nat en krijgt mos de kans zich erop vast te hechten. Dit zorgt ervoor dat de kasseien hier heel erg glad zijn. Verder zijn de kasseien heel erg slecht gelegd, waardoor het rijden erover echt heel erg lastig is. Een deelnemer op een racefiets voor me, die zijn banden veel te hard had opgepompt, stuiterde over de kasseien en begon al snel te glibberen en glijden. Het was duidelijk dat hij zou gaan vallen dus probeerde ik eromheen te gaan sturen. De deelnemer kwam ten val en nam mij in zin malheur mee. Gelukkig had ik al afgeremd dus viel het allemaal nog wel mee. De schade bleef beperkt tot een schram op mijn knie en een flinke kras op de voorvork van de MTB. Met een flinke dosis extra adrenaline werd de rest van de kasseistrook afgewerkt.

Verdere verloop

Aan het einde van het bos van Wallers werd de conclusie getrokken dat we de druk in onze banden toch nog te hoog hadden staan. Een 'ervaren' deelnemer die vorig jaar ook al van de partij was raadde een bandendruk van onder de 2 bar aan. Zo gezegd, zo gedaan en we gingen verder. Je hebt op dat moment nog zo'n 85 kilometer te gaan. Met minder druk in de banden wordt het trappen er niet lichter op, maar de kasseistroken gingen met die mindere druk wel een stuk beter. Je merkt, als je de Roubaix Challenge met de MTB doet, dat je op het asfalt wel iets tijd verliest op de meeste wielrenners, maar dat je op de kasseistroken die tijd echt heel snel weer goedmaakt. Daardoor blijf je de rest van de Challenge constant dezelfde mensen zien fietsen. Het overgrote deel zijn toch mensen met de racefiets. Velen van hen zie je regelmatig ook langs de kant van de weg staan met lekke banden of andere pech. Er volgen nog twee verzorgingsposten, die goed verdeeld over de route liggen. De ligging en locatie van de verzorgingsposten zijn op een echt Franse manier ingericht. Langs binnenwegen waar toch best veel auto's komen zijn de posten ingericht. De vele auto's die erlangs moeten en hinder ondervinden van stilstaande en afstappende fietsers, ergeren zich er niet zichtbaar aan. Er is geen agressie of iets dergelijks. In Nederland zou zoiets op een dergelijke manier niet ingericht kunnen worden, maar in Noord-Frankrijk gaat dat allemaal goed.
De laatste 80 kilometer volgen de kasseistroken zich snel op. Voor elke kasseistrook staat aangegeven hoe zwaar de strook is, hoe deze heet, de hoeveelste strook het is en hoe lang deze strook is. Aan het einde van de strook staat vervolgens aangegeven hoe ver het is tot de volgende strook. Dit is allemaal erg overzichtelijk en duidelijk, waardoor de laatste 80 kilometers als een film aan je voorbij komen. Met nog ongeveer 30 kilometer te gaan begint het dan weer te regenen. Omdat we al de hele dag in windkracht 5 rijden en het beste er bij iedereen toch wel vanaf is willen we allemaal gewoon snel naar de finish. We rijden dan ook stug door en laten de regen voor wat het is. Vlak voor de kasseistrook 3 rij ik nog lek en besluit gewoon door te rijden op de lekke band. Hoeveel Parijs Roubaix winnaars hebben dit immers ook niet gedaan op een leeglopende band. Na de laatste kasseistrook pomp ik de band nog even op en rij door.

Finish

De echte finish van de Roubaix Challenge is op de beroemde wielerbaan van Roubaix. Op televisie ziet deze er nog best mooi uit, maar in werkelijkheid (zeker als het regent) is het een sombere en flink gedateerde wielerbaan. Op de gladde baan finishen we mooi in de binnenbaan. Enkele durfals willen hier nog even laten zien wat ze kunnen en gaan in de bochten mooi naar de hoger gelegen buitenbocht. Of dit komt door gebrek aan ervaring bij hun, of door overmoed weten we niet, maar allemaal glijden ze van de baan. Een natte, gladde wielerbaan leent zich niet voor dit soort trucjes. Na de finish ontvang je vervolgens je medaille en kun je je opmaken voor de thuisreis.

Besluit

De Roubaix Challenge geeft je een goed beeld van Parijs-Roubaix. Als je de volgende dag de profs over dezelfde kasseien ziet fietsen krijg je nog meer ontzag voor hun werk. Het rijden van de Roubaix Challenge is een avontuur, een belevenis die je een keer moet meemaken. Met wielrennen heeft het eigenlijk niet zo heel veel te maken. Achteraf waren we erg blij met onze beslissing om de Roubaix Challenge met de MTB te rijden en niet met de racefiets.

Reacties   

0 #1 Wim van Brink 03-12-2015 16:33
Leuk verhaal, maar verbaasde mij over de afstanden die je kon afleggen. Parijs-Roubaix is gewoon 245 km, althans de klassieker die ik zelf heb afgelegd. Uiteindelijk stond er na afloop 260 km op de teller, maar een kniesoor die daar op let. Om 6 uur van start, strakke wind uit het noorden, maar droog. In het begin was het parcours redelijk heuvelachtig en bij sommige van mijn fietsmaten was het kaarsje al aardig opgebrand en dat terwijl de kasseien nog moesten komen. Ons zes man sterke ploegje reed gewoon op de racefiets. Zelf had ik 28 mm banden gemonteerd. Paste net in het frame. Bandenspanning rond 6 bar anders zit je weer met stootlekken. Hoe het rijden over de kasseien ging? Prima, handjes boven op het stuur, niet te strak vasthouden zodat het wiel een spoor kan zoeken. Ook nog voorbereid op deze tocht? Nee, helemaal niet. In voorafgaande jaren wel de Belgische klassiekers gereden en daar zitten ook heel wat steentjes in.
Citeer

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Zoeken

Sponsored Links