Paris - Roubaix Challenge met de Schwalbe G-One

Na in 2015 de Roubaix Challenge gereden te hebben met een 26-inch MTB en profielbanden hadden we voor 2016 besloten mee te doen met een 29-er op andere banden. Lees hier ons verhaal over de Roubaix Challenge.

Voorbereiding

Om verder goed beslagen ten ijs te komen had onze groep fietsers de hele winter op de MTB getrained op de weg. Andere medefietsers reden gewoon op de racefiets, terwijl wij op de MTB reden. In het begin is dat niet heel erg prettig, maar naarmate de winter vordert went het wel. De hele winter heb ik dit gedaan met de profielbanden, maar vlak voor de Roubaix Challenge heb ik de Schwalbe G-One banden gemonteerd.

Lees hier meer over onze keuze voor de Schwalbe G-One banden: Bandenkeuze: Schwalbe G-One Tubeless in Roubaix Challenge

Lees hier over het tubeless monteren er van:Tubeless banden monteren.

De eerste rit met de G-One merk je meteen het verschil ten opzichte van de profielbanden die we eerder gemonteerd hadden. De rolweerstand is gewoon een stuk minder, waardoor je niet alleen harder kunt rijden, maar het rijden ook gewoon minder energie kost. Een voorbereidingsritje over de Ravel Ligne 38, wees uit dat de G-One's zowel op het asfalt, maar ook op onverharde weg goed tot hun recht komen. De Ravel Ligne 38 is een voormalig spoorwegtrace tussen het Belgische Luik en Hombourg. Dit trace is deels geasfalteerd, maar ook deels onverhard.

Roubaix Challenge – 144 km

De Roubaix-challenge kun je over drie afstanden verrijden. De langste, 176 kilometer, vereist dat je niet in Roubaix start, maar eerst met een bus naar het zuiden afreist. Hierdoor moet je al om 5:00 uur 's ochtends in Roubaix zijn. Daarom besloten we dit niet te doen, maar te kiezen voor de tweede afstand die uiteindelijk 144km bleek te zijn. Hierbij krijg je 18 kasseistroken voor de kiezen, in totaal ongeveer 35km. De langste route heeft 27 kasseistroken. Als laatste is er nog een kortere lus van 70 kilometer met 7 kasseistroken.

Vertrek

We kunnen dus stellen dat we goed voorbereid aan de start stonden in Roubaix. We vertrokken dus met goede moet en met werkelijk prachtig weer. Het was 's ochtends nog een beetje fris, maar het zou die dag warmer worden. De wind was te verwaarlozen, dus eigenlijk wat het gewoon een prachtige dag. De eerste 45 km vanuit Roubaix zouden we geen kasseistroken tegenkomen, dus met iets hogere bandendruk werd gestart. Al snel zaten we in een groepje fietsers en het was wel lekker om daarbij aan te sluiten met onze MTB's. Op die manier zouden we de eerste 45km lekker opschieten, aangezien de groep fietsers voor een groot deel toch uit racefietsen bestond. Toch moet ik zeggen dat er dit jaar voor mijn gevoel meer MTB's van de partij waren dan vorig jaar.

Bos van Wallers

De groep fietsers waar ik mee op pad was reed de Roubaix Challenge voor de eerste keer. Ik was de enige die vorig jaar al de vuurdoop ontvangen had. Voor het Bos van Wallers hebben een aantal mensen uit de groep nog wat druk/lucht uit de banden gelaten, waardoor de kasseistroken die zouden volgen iets comfortabeler zouden verlopen. Het Bos van Wallers als eerste strook is voor iemand die Roubaix voor de eerste keer rijdt natuurlijk een flinke tegenvaller. De strook heeft het maximaal aantal sterren gekregen van de organisatie, maar eigenlijk is dat nog niet genoeg. Het is gewoon een 2,5 km lange survival die het beste zo hard mogelijk genomen kan worden. Rustig aan fietsen maakt het alleen maar erger. De reacties na de eerste strook waren dan ook wisselend. De een vond het echt fantastisch. De ander zou het liefst z'n fiets ter plekke inruilen voor enkel treinkaartje terug naar huis.

Verdere verloop

Na het bos van Wallers volgen de kasseistroken elkaar snel op en is het eigenlijk een lange intervaltocht na de finish. Telkens heb je enkele kilometers asfalt, afgewisseld met de volgende kasseistrook. Op den duur raak je de tel van de stroken kwijt, maar gelukkig staan bij elke strook borden met informatie. Hierop staat niet alleen hoe lang en hoe zwaar de strook is, maar na de strook staat ook mooi aangegeven hoe ver het vervolgens is naar de volgende strook. Met die informatie weet je precies wat je te wachten staat en schiet het lekker op. Je merkt, als je de Roubaix Challenge met de MTB doet, dat je op het asfalt wel iets tijd verliest op de meeste wielrenners, maar dat je op de kasseistroken die tijd echt heel snel weer goedmaakt. De verzorgingsposten bij Roubaix lagen dit jaar op wat handigere plaatsen. Niet meer midden op de weg zoals vorig jaar. Verder is de bevoorrading prima. Er is voldoende eten en drinken aanwezig. Vooral het drinken is iets beter verzorgd dan bij andere tochten, maar misschien dat dit gedaan is om deelnemers van wie de bidons inmiddels uit de houders gestuiterd zijn toch van voldoende vocht te kunnen voorzien. Het aantal bidons dat je namelijk op de kasseistroken zie liggen is echt gigantisch. Zelf ben ik gelukkig geen bidon verloren.

Finish

Naast het bos van Wallers krijg je ook de andere beroemde kasseistroken voor je kiezen, zoals Mons-en-Pévèle en Carrefour de l'Arbre. Als je deze overwonnen hebt kun je je langzaam opmaken voor de finish. De echte finish van de Roubaix Challenge is op de beroemde wielerbaan van Roubaix. Op televisie ziet deze er nog best mooi uit, maar in werkelijkheid is het een sombere en flink gedateerde wielerbaan. Vorig jaar, in de regen, was het helemaal een somber gebeuren. Dit jaar, onder betere omstandigheden ziet het er nog steeds niet heel erg vrolijk uit. Toch is het wel bijzonder om op deze beroemde wielerbaan te finishen. Na de finish ontvang je vervolgens je medaille en kun je je opmaken voor de thuisreis.

Besluit

De Roubaix Challenge geeft je een goed beeld van Parijs-Roubaix. Als je de volgende dag de profs over dezelfde kasseien ziet fietsen krijg je nog meer ontzag voor hun werk. Het rijden van de Roubaix Challenge is een avontuur, een belevenis die je een keer moet meemaken. Met wielrennen heeft het eigenlijk niet zo heel veel te maken. Achteraf waren we erg blij met onze beslissing om de Roubaix Challenge met de MTB te rijden en niet met de racefiets. De keuze voor de 29-er mountainbike en de Schwalbe G-one banden heeft goed uitgepakt. De 29-er mountainbike rolt echt vele malen soepeler over de kasseien. Ook is het makkelijker om een sneller tempo te rijden. De G-one's hebben het verder prima gedaan. We hebben geen lekke band gehad, ondanks het feit dat sommige kasseien echt heel erg scherpe randen hebben. De rolweerstand van de G-one's gecombineerd met hun lage gewicht zorgt ervoor dat je het idee hebt dat je gewoon op je racefiets rijdt.
Dus....als we volgend jaar weer naar Roubaix gaan is het weer op de 29-er en met de G-One banden.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Zoeken

Sponsored Links